Overheidscommunicatie tussen 1995 en 2010


De moeizame slag om het publiek vertrouwen
 

Markante Hoofddirecteur van de RVD

Hans van der Voet (1930-2019)

Hans van der Voet (Lemmer, 1 juli 1930) is op 15 september 2019 overleden, 89 jaar oud. Tussen 1983 en 1995 was hij Hoofddirecteur van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD). Daarvoor had hij een bijzondere opstap naar deze functie, van stuurman op de grote vaart tot personeelsfunctionaris op het ministerie van Algemene Zaken. Ik sprak hem in oktober 2014 ten behoeve van mijn boek De moeizame slag om het publiek vertrouwen. Samen bespraken we enkele opmerkelijke aspecten uit zijn RVD-periode van de overheidsvoorlichting die ook nu nog van betekenis zijn. Zoals de ontwikkeling van ‘principia’, tegenwoordig uitgangspunten voor overheidsvoorlichting.

Lekken

In zijn beginperiode bij de RVD speelt de kruisraketten-kwestie. Het kabinet-Lubbers worstelt met een besluit om kruisraketten te plaatsen, duizenden mensen laten in het land zien vinden tal van massale betogingen plaats, met als hoogtepunt de grootste demonstratie ooit op zaterdag 29 oktober 1983. Rondom het geworstel van de regering met het plaatsingsbesluit is er volop berichtgeving, maar opvallend genoeg naar de mening van Van der Voet niet uit de boezem van het kabinet. Van der Voet noemt het met terugwerkende kracht het meest heikele onderwerp waar hij mee te maken heeft gehad.

Het geworstel is binnen de grootste regeringspartij, het CDA, het grootst. Het veroorzaakt bijna een tweedeling. Bij de kabinetsbesprekingen zijn 3 ministers betrokken, een staatssecretaris en enkele ambtenaren. Uit dat overleg is nooit een woord gelekt, zegt Van der Voet. Minister Job de Ruiter (CDA) nam altijd zijn directeur voorlichting mee, eerst Ab Sligting, later Jaap van der Ploeg. Van der Ploeg was daarvoor verslaggever van het NOS Journaal. Hij werd met enige achterdocht bekeken. 'Hij is nog warm van de NOS', zei de minister van Buitenlandse Zaken. Maar dat wantrouwen blijkt, aldus Van der Voet niet terecht.

Toen uiteindelijk het kabinetsstandpunt was bepaald, was de minister van Buitenlandse Zaken (CDA) daar verre van gelukkig mee. Van der Voet heeft het toen zo geregeld dat er gelijktijdig twee persconferenties zijn gehouden. Eentje voor de Nederlandse pers met de minister-president en de minister van Defensie. En een voor de buitenlandse media door de minister van Buitenlandse Zaken. Dan kon ieder , meende Van der Voet, zijn eigen woorden kiezen. Dat is goed gegaan.

Kruisraketten

De plaatsing van de kruisraketten is echter nooit doorgegaan, omdat er in het vredesoverleg tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie een doorbraak werd bereikt. Maar even dreigden ze in 1987,vooruitlopend op de definitieve tekening van het verdrag, alsnog naar Woensdrecht te komen. Binnen het Pentagon had men besloten ze ondanks de doorbraak in de besprekingen vast te sturen. In hun gedachten konden ze altijd nog worden teruggehaald. Jaap van der Ploeg had daar binnen Defensie van gehoord. Hij voelde goed aan hoe slecht zo'n bericht in Nederland zou vallen. Zijn toenmalige minister was niet van plan met zijn Amerikaanse collega te bellen. Van der Voet stapt dan naar de minister-president en die heeft uiteindelijk weten te voorkomen dat de kruisraketten  worden geplaatst.

Aan zijn benoeming tot hoofddirecteur van de Rijksvoorlichtingsdienst is een bijzondere loopbaan voorafgegaan. Na de Hogere Zeevaartschool in Delfzijl gaat Van der Voet als stuurman varen, een jaar of vijftien alles bij elkaar. Het varen wordt enkele malen onderbroken voor verdere studie. Daarna is hij aan de wal gegaan. Al houdt hij door in Rotterdam kort bij De Hef te gaan wonen de herinnering aan zijn koopvaardij-jaren levend.

Hij gaat werken op de directie Formatiezaken van Binnenlandse Zaken (BiZa) en later op de personeelsafdeling van de Leidse Universiteit. Daarnaast studeert hij rechten. Door de toenmalige secretaris-generaal van Algemene Zaken (AZ), Van Nispen, wordt hij gevraagd wat orde in de chaos van de personeelszaken van de RVD te brengen. Een afdeling Personeelszaken bestaat er niet. De RVD is eigenlijk een uitvoerend apparaat. Er zijn drie voorlichters - Lammers, Van der Wiel en Van den Berge - de overige 140 medewerkers zijn met tal van uitvoerende werkzaamheden bezig, zoals Postbus 51, het verzorgen van overheidsbrochures en tentoonstellingen. Niet veel later krijgt Van der Voet van Van Nispen de uitnodiging de personeelszaken voor het gehele departement te verzorgen.  'Jij bent de enige die Van der Wiel aan kan', laat hij hem later weten."         

Raadsadviseur

Na het vertrek in 1978 van Dick van Duyne, plaatsvervangend secretaris-generaal (pSG) bij AZ en de grote deskundige op het terrein van de Wet Openbaarheid van Bestuur., neemt Van der Voet diens functie als raadsadviseur over, met inbegrip van zijn werk op voorlichtingsgebied. Daar hoort ook de voorlichting over het Koninklijk Huis bij. Van der Voet ziet in Van Duyne de 'Urheber' van zijn benoeming tot hoofddirecteur RVD, als opvolger van Van der Wiel. Hij was namelijk ook aanwezig bij het gesprek daarover, samen met Van der Wiel en SG Ringnalda. Tot zijn 70ste heeft Van Duyne AZ geadviseerd over tal van uitvoeringsbesluiten met betrekking tot de WOB.

Bij zijn aantreden in 1983 speelt niet allen de kruisraketten-affaire. Het eerste kabinet-Lubbers wil in zijn no-nonsense aanpak fors bezuinigen. Ook de RVD en de VoorlichtingsRaad (VoRa) moeten in de Heroriëntatie-operatie op zoek naar bezuinigingsmogelijkheden. Daar wordt onder andere de afdeling Tentoonstellingsbouw het slachtoffer van. Deze afdeling met 24 medewerkers maakt in haar werkplaats in Wateringen, later in Rijswijk, onder andere maquettes over de Deltawerken, verschillende tentoonstellingen voor ministeries. Van der Voet moet haar verzelfstandigen. Dat gaat uiteindelijk helaas fout. Ze wordt ondergebracht bij een bedrijf, dat enkele jaren later over de kop gaat. Van der Voet vindt het ik heel vervelend.

Binnen de VoRa weet hij interdepartementaal voor honderd miljoen gulden aan bezuinigingen in beeld te brengen. Alle departementen zijn daarmee akkoord.  Maar de minister-president doet er niets mee. Kennelijk heeft hij het te risicovol gevonden of niet de moeite waard, veronderstelt Van der Voet. Heeft de VoRa voor de prullenbak zitten werken, zegt hij ervan.

De broer van de minister-president

Daarna heeft Van der Voet overigens nooit begrotingsproblemen gehad. Beweerd wordt dat dat komt door zijn goede contacten met Henk Koning (VVD), de staatssecretaris van Financiën. Hij had hem in zijn tijd als raadsadviseur goed leren kennen. Maar zo gaat dat niet. Van der Voet heeft wel dankzij hem twee grote affaires in de kiem kunnen smoren. Toen hij signalen had opgevangen van de voorbereiding van een artikel in Vrij Nederland over nalatigheden van de minister-president in een belastingkwestie en van het bedrijf Hollandia Kloos, van zijn broer, bij de afdracht van sociale premies. De MP adviseert me naar Koning te gaan. Via hem komt hij erachter dat er niets van waar was, er is zelfs nooit een aanslag geweest.

In de samenhang met de Heroriëntatie heeft de VoRa de uitgangspunten voor de overheidsvoorlichting ontwikkeld, de Princlpia. een term die afkomstig is van VoRa-secretaris Fred Volmer. De naleving ervan geeft hij over het algemeen een 6. Er zijn altijd collega’s die stomme dingen doen, zoals de directeur Voorlichting van Financiën met minister Kok in de Vijf Uur Show van Catharina Keyl bij RTL. Maar verder hebben zich niet zoveel van deze voorvallen gedaan. Zelf heeft Van der Voet ooit een twee uur durend programma over koningin Beatrix bij de NOS weten te regelen, maar daar is niet voor betaald. Dat was geheel voor rekening van de NOS.

Rekkelijken en preciezen

Als het om de naleving van de Princlpia gaat, noemt Van der Voet zichzelf een 'rekkelijke'. Liegen is volgens hem uit den boze, maar hij weet goed met regels om te gaan. De 'preciezen' hebben daarvoor naar zijn mening te weinig feeling, die werken volgens het boekje. Maar je mag best zelf nadenken, stelt hij.

De WOB wordt door Van der Voet een goede wet genoemd. Belanghebbenden kunnen documenten opvragen, tenzij er zwaarwegende overwegingen tegen zijn. Van der Voet heeft niets op met al die geheimzinnigheid? Als voorbeeld noemt hij de affaire-Oltmans. Waarom kan Buitenlandse Zaken (BuiZa) niet erkennen dat er inderdaad een instructie van minister Luns aan alle ambassadeurs heeft bestaan, dat ze hem niet mogen helpen? Op grond van de WOB mag Oltmans het archief van Buitenlandse Zaken in duiken, komt hij er ook op plekken waar hij eigenlijk niet had mogen komen en vindt die instructie. En mag dan een schadevergoeding incasseren van 8 miljoen gulden.

De relatie van AZ met andere departementen is, naar de mening van Vander Voet, in het algemeen goed. Met Financiën zijn er nooit problemen. De ministers kunnen goed met elkaar overweg en de voorlichters ook. Al wil een ervan de MP nog wel eens pesten, onder andere door zelf opdrachten te geven voor onderzoek naar de populariteit van bewindslieden. Als zijn minister er dan beter uitkomt dan maakt hij de uitslag openbaar. Maar dat staat de samenwerking niet in de weg.

Grondwet van 1983

Met Buitenlandse Zaken ligt de verhouding wat anders. Het duurt daar bijvoorbeeld even voordat de betekenis van de grondwetswijziging van 1983 daar doordringt. Tot die tijd kennen we het artikel 'De Koning heeft het opperbestuur der buitenlandse betrekkingen' wat door Buitenlandse Zaken wordt uitgelegd in de zin dat het primaat van het buitenlands beleid bij de minister van Buitenlandse Zaken lag. Van der Voet moet daar vaak ambtenaren attenderen op de vernieuwde artikelen over de Ministerraad, de Minister-president en de Europese Unie. Die grondwetswijziging sluit ook beter aan bij de praktijk. Europese regeringsleiders als Mitterrand, Kohl en Thatcher willen niets van doen hebben met een minister van Buitenlandse Zaken, die willen zaken doen met hun gelijken."

Van der Voet zet de praktijk van de wekelijkse persconferentie van de minister-president voort. Al was het maar een seconde eerder bezorgt hij de Tweede Kamer de perscommuniqués over de besluiten die door de ministerraad zijn genomen. Dat houdt hij altijd in ere. Als er belangrijke onderwerpen van een vakdepartement op de agenda staan, stelt hij voor om dan de minister mee te nemen naar de persconferentie. Dat heeft altijd goed gewerkt.

In mannetjesmaken heeft Van der Voet nooit zoveel gezien. Net als in politiek assistenten. Die moet je niet willen hebben, vindt hij. Lubbers en Van Agt wilden dat niet. Van Agt was heel stellig. 'Ik wil geen pottenkijkers hier'. De assistent die hem door de partij is aanbevolen, krijgt daarom een plek bij de WRR. Een latere CDA-premier – is zijn indruk anno 2014 - heeft het gerommel van politiek assistenten teveel toegelaten.

(De gesprekken vonden plaats in oktober 2014)