Overheidscommunicatie tussen 1995 en 2010


De moeizame slag om het publiek vertrouwen
 
De wat? De WIV? - artikel in Argus, 20 maart 2018

De Sleepwet - Van politiek correct over framing naar desinformatie

Kamerleden van CDA en VVD maken zich druk over de term ‘sleepwet’ die een kwart van de gemeenten gebruiken in voorlichting over het referendum van 21 maart 2018. Vooringenomen, niet objectief, vinden zij. En vragen de minister hen op de vingers te tikken. De strijd om het politiek correct taalgebruik lijkt een nieuwe fase in te gaan, die tot desinformatie zou kunnen leiden.

Framing’, het kort en krachtig karakteriseren van opvattingen en inzichten is zo oud als het politieke bedrijf zelf. Meestal is het betrekkelijk onschuldig. Wie weet nog dat ooit een Kamerlid op de omvangrijke onderwijsherstructuring van minister Cals de term Mammoetwet plakte? En al helemaal niemand weet wat de officiële naam ervan was. Wie herinnert zich nog het Vredeling-huwelijk, de naam die werd gegeven aan huwelijken die werden gesloten om als kostwinner aan militaire dienst te ontkomen? Beter in het geheugen liggen de Melkert-banen, waarmee destijds een overheidsspindoctor doelbewust aanvullende werkgelegenheidsplannen wilde duiden. Maar een poging het gebruik van het woord sleepwet tegen te gaan is de onschuld voorbij. In het politieke debat moet je je vrij kunnen uiten. Zij die vinden dat sleepwet niet goed aangeeft wat wordt bedoeld, hebben andere middelen ter beschikking om hun gelijk aan te tonen. Maar zouden zich in het politieke debat allereerst eens moeten afvragen of de wetgeving wellicht aanleiding geeft tot een dergelijke kwalificatie.

'Rijksgenoten'

Het streven naar correct taalgebruik is niet verkeerd. Niet altijd beseffen dominante sociale groepen hoe denigrerend bepaalde woorden kunnen overkomen op andere sociale groepen. ‘Allochtoon’ doet geen recht aan mensen die hier zijn geboren en getogen, net als ‘lager opgeleiden’ aan mensen die hun hele leven hun vak hebben bijgehouden. Het is goed dat hier aandacht voor wordt gevraagd en dat naar alternatieven wordt gezocht. Hoe succesvol dat is, kan men zich overigens afvragen. Ooit mochten verdachten in politierapporten geen Surinamer of Antilliaan worden genoemd. Zij werden aangeduid als ‘Rijksgenoot’, zodat toch iedereen wist wie er werd bedoeld. Allochtonen heten nu officieel ‘mensen met een migratie-achtergrond’. Of dat een verbetering is?

Folksonomy

Maar sleepnet is van een andere categorie. Het is een zakelijke benaming, al of niet volledig dekkend, passend binnen een politiek debat. Geen aanleiding van hogerhand gemeenten op de vingers te tikken. Bovendien draagt een eventueel verbod het risico in zich, dat mensen zoekend op internet naar informatie over de ‘sleepwet’ eerder de informatie van tegenstanders tegen komen dan die van de overheid.

Gelukkig trekt de redactie van bijvoorbeeld rijksoverheid.nl zich er niets van aan. Die stelt er een eer in dat ze op de zoek-sites zo hoog mogelijk scoren. Ze past daarbij de beginselen van ‘folksonomy’ toe. Dat houdt in dat aan de informatie meta-tags / trefwoorden worden toegevoegd, die aan het dagelijks spraakgebruik zijn ontleend, ook als die in het betreffende stuk helemaal niet voorkomen. Of als ze sommige politici niet welgevallig zijn. Zo krijgt de informatie de spreiding die zij verdient.

Een beperking tot het officiële taalgebruik bedreigt in het digitale tijdperk de geïnformeerdheid van burgers. Bij het surfen naar relevante informatie gebruiken burgers zelden de officiële termen. Wie weet dat de Mexicaanse of Varkensgriep in de overheidsinformatie stelselmatig werd genoemd het virus influenza type A / H1N1? Of dat de sleepwet formeel de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) is? Als de in het spraakgebruik gebezigde termen niet tot resultaten kunnen leiden binnen de overheidswebsites, dan blijven ze verstoken van de meest relevante informatie.

Met hun kritiek op het taalgebruik van gemeenten willen VVD en CDA greep krijgen op de ‘bovengrondse’ informatievoorziening. Het is ergerlijk want misplaatst. Zolang zij zich echter niet bemoeien met de ‘ondergrondse’ folksonomy is er weinig aan de hand. De burgers kunnen dan hun informatie binnen de overheidssites vinden. Ronduit desinformerend wordt hun benadering als ze hun vingers ook uitstrekken naar de zoekmachineoptimalisatie. Dan bereikt overheidsinformatie burgers minder makkelijk langs de digitale weg.

Jeroen Sprenger

Dit verhaal is eerder gepubliceerd in Argus, jaargang 2, nummer 26, 20 maart 2018